Wat betekent een CIF-indicatie, hoe pas je die toe en wat zijn de gevolgen voor inkoop en contractmanagement?
1. Wat is een CIF-indicatie?
Onder de Digital Operational Resilience Act (DORA) moeten financiële instellingen vaststellen welke bedrijfsfuncties kritiek of belangrijk zijn (Critical or Important Functions – CIF’s). Een CIF-indicatie is geen formeel label, maar een beredeneerde vaststelling dat verstoring van een functie:
- een materiële impact heeft op de continuïteit van de instelling;
- risico’s oplevert voor cliënten, markten of financiële stabiliteit;
- of directe aandacht van toezichthouders rechtvaardigt.
De CIF-indicatie vormt daarmee de brug tussen operationele realiteit en toezichtverplichtingen.
Belangrijk:
Een CIF-indicatie is contextafhankelijk, dynamisch en proportioneel — geen statisch vinkje.
2. Wanneer is een functie ‘kritiek of belangrijk’?
DORA schrijft geen uitputtende lijst voor, maar hanteert beoordelingscriteria, waaronder:
- impact op dienstverlening aan klanten;
- financiële en reputatieschade bij uitval;
- mate van vervangbaarheid;
- afhankelijkheid van ICT en externe dienstverleners;
- tijdsduur waarbinnen herstel noodzakelijk is.
Een CIF-indicatie is daarmee altijd het resultaat van een professionele risicoafweging, geen technische classificatie.
3. Voorbeeld: CIF-indicatie bij een financiële instelling
Context (fictief maar realistisch)
Een middelgrote bank levert:
- betalingsverkeer aan particuliere klanten;
- zakelijke rekeningen voor MKB;
- kredietverlening.
De bank maakt gebruik van:
- een core banking platform;
- een cloudgebaseerde betalingsverwerkingsdienst;
- een externe IAM-oplossing.
Stap 1 – Bedrijfsfunctie identificeren
“Verwerken van interbancaire en klantbetalingen”
Stap 2 – Impactanalyse
Uitval leidt tot:
- directe verstoring van primaire dienstverlening;
- mogelijke schending van wettelijke verplichtingen;
- reputatieschade en escalatie richting toezichthouder.
Stap 3 – CIF-indicatie
Deze bedrijfsfunctie wordt aangemerkt als kritiek.
Stap 4 – ICT-afhankelijkheid
De volgende ICT-diensten worden CIF-ondersteunend:
- core banking software;
- cloud payment gateway;
- identity & access management.
Let op:
De ICT-dienst zelf wordt niet automatisch een CIF, maar valt binnen de CIF-context.
4. Praktisch voorbeeld: CIF-indicatie vóór marktconsultatie
Situatie
De bank bereidt een marktconsultatie voor de vervanging van haar cloud payment gateway.
CIF-bewuste aanpak
In plaats van direct eisen te stellen, wordt eerst vastgesteld:
- dat de beoogde oplossing CIF-ondersteunend is;
- dat uitval directe impact heeft op klanten en toezicht;
- dat uitbesteding binnen DORA-scope valt.
Gevolg voor de longlist
De longlist richt zich op:
- aanbieders met ervaring in gereguleerde omgevingen;
- partijen die aantoonbaar resilience-concepten hanteren;
- leveranciers die ketentransparantie kunnen beschrijven.
Zonder:
- harde compliance-eisen;
- auditverplichtingen;
- voorafgaande uitsluiting.
5. Wat betekent een CIF-indicatie voor inkoop?
5.1 Voor de inkoopstrategie
Een CIF-indicatie:
- legitimeert een zorgvuldiger en diepgaander inkooptraject;
- onderbouwt waarom marktconsultatie noodzakelijk is;
- voorkomt dat proportionaliteit later ter discussie staat.
Het is géén rechtvaardiging voor:
- onnodig zware eisen;
- beperking van mededinging;
- vendor-specifieke oplossingen.
5.2 Voor de aanbestedingsdocumenten
Bij CIF-ondersteunende ICT vertaalt de indicatie zich naar:
- expliciete aandacht voor continuïteit en weerbaarheid;
- eisen aan transparantie in ketens;
- duidelijke exit- en substitutieoverwegingen.
Maar pas:
ná marktconsultatie en beleidsbesluit, niet vooraf.
6. Wat betekent een CIF-indicatie voor contractmanagement?
6.1 Contractuele consequenties
Bij CIF-ondersteunende dienstverlening is contractmanagement:
- intensiever;
- risicogedreven;
- multidisciplinair (inkoop, IT, risk, legal).
Typische aandachtspunten:
- incidentmelding en escalatie;
- BCM-afspraken;
- wijzigings- en exit-mechanismen;
- audit- en toegangsrechten (proportioneel).
6.2 Relatie met leveranciers
Een CIF-indicatie vraagt om:
- transparantie over wederzijdse afhankelijkheden;
- duidelijke governance-structuren;
- periodieke herbeoordeling van risico’s.
Niet om:
- micromanagement;
- volledige risico-overdracht;
- statische SLA-handhaving.
7. Hoe kom je tot conclusies en bevindingen rond CIF?
7.1 Vastlegging
Goede praktijk is om per CIF-indicatie vast te leggen:
- welke afwegingen zijn gemaakt;
- welke aannames zijn gehanteerd;
- welke alternatieven zijn overwogen;
- welke onzekerheden blijven bestaan.
Dit vormt:
- input voor marktconsultatie;
- onderbouwing van aanbestedingskeuzes;
- verantwoording richting toezichthouder (zoals De Nederlandsche Bank).
7.2 Dynamisch karakter
CIF-indicaties zijn:
- tijdgebonden (technologie en markten veranderen);
- contextafhankelijk (strategiewijziging, schaalvergroting);
- herzienbaar bij incidenten of marktontwikkelingen.
Een herijking is geen falen, maar een teken van volwassen risicomanagement.
8. Samenvattend
Een CIF-indicatie onder DORA is:
- geen compliance-label;
- geen technische classificatie;
- geen vrijbrief voor zware eisen.
Maar wél:
- een strategisch hulpmiddel;
- een ankerpunt voor marktbenadering;
- een verbindende schakel tussen toezicht, inkoop en contractmanagement.
Voor ervaren ICT-inkopers en financiële instellingen geldt:
Wie CIF-indicaties zorgvuldig en proportioneel toepast, vergroot zowel marktwerking als toezichtbestendigheid.